De ontwikkeling van de landbouw heeft plaatsgevonden in het gedeelte van de regio waar de natuurlijke omgeving zeer geschikt voor landbouw is. In de rest van de regio bevinden zich bossen, struikgewassen en dorpen waar men aan veeteelt doet. Naast het houden van groot-en kleinvee worden er in de dorpen graan, sesam en watermeloen verbouwd. De laatste jaren worden er steeds meer olijven verbouwd.
Bosproducten zijn een bron van werkverschaffing, zo ook seizoensarbeid in de landbouw. Op de velden waar beperkte landbouw mogelijk is, worden behalve granen ook thijm, laurier, johannesbrood, kersen en walnoten verbouwd. De laatste jaren is de katoenteelt afgenomen. Het verbouwen van citrusvruchten en veld- en kasgroenten is toegenomen. In de regio heeft men zich niet gericht op de ontwikkeling van industrie. Er bevinden zich wel veel fabrieken die landbouwproducten verwerken.